Poëzie
- Gegevens
- door Jaco Mijnheer, docent Nederlands
Mijn moeder is mijn naam vergeten.
Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Noem mij, bevestig mijn bestaan,Laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb wil ik heten.
Analyse van dit gedicht van Neeltje Maria Min door 4 havo:
‘Ik vind het een erg mooi gedicht, het is wel een apart gedicht, zoiets lees je niet vaak. Het valt ook niet echt goed te begrijpen.’
‘Ik vind het niet echt een heel mooi gedicht. Het is alleen wel lullig als je niet weet hoe je heet. In elke zin blijven ze vertellen dat ze geen naam heeft of niet weet hoe ze heet, dat gaat ook een beetje vervelen.’
‘Het gaat over iemand die denkt dat zijn dierbaren hem niet meer kennen. Ik vond het een zielig gedicht, omdat diegene zich eenzaam voelt, terwijl hij dat niet is.’
‘Het is een katholiek gedicht. Volgens mij probeert de dichter hier te zeggen dat ze iets wil betekenen voor de mensen van wie zij houdt.’
‘Ik vind dit een erg vaag gedicht en ik heb er weinig van gesnapt. Eerst dacht ik dat ze nog niet geboren was en in de buik zat, daarna dacht ik dat haar vrienden en familie overleden waren.’
‘Volgens mij gaat dit gedicht over een zwangere vrouw van wie de moeder dement is en ze heeft liefde nodig, een man of een goede vriend.’
‘Volgens mij gaat dit gedicht over liefhebben. Vooral over hoe je iemand laat merken dat je om diegene geeft. Dat hoeft namelijk niet met daden, het gaat om de kleine dingen. Zoals in dit geval het noemen van iemands naam. Je moet je fantasie en je gevoel gebruiken voor dit gedicht en niet je hersenen.’
verschenen in het Bergens Nieuwsblad op 31-3-2010
